Select Language :

Bron: Knack

Een nacht tussen de jongenshoeren van het Antwerpse Statiekwartier.

Jongens lopen in het stadspark en worden aangesproken: “hoeveel vraag je?”. Elke vijf minuten komt er wel iemand langs. Actie tussen 21 uur en 2 uur.
Heel Antwerpen kent dat park als hét homopark. Maar dat er ook getippeld wordt, dat weet niemand. Of beter, dat wil niemand weten. Zij willen cruisen: onbetaalde, anonieme seks hebben met andere homo’s.

Vroeger bestond er samenhorigheid tussen de jongenshoeren; prijzen werden afgesproken en daar werd niet onder gegaan. Dat veranderde toen er meer niet-Belgen rondliepen. Voor 20 euro gingen ze al mee. Het werd ieder voor zich. De concurrentie hard.

Antwerpen, Statiekwartier, Quellinstraat.
Twee jaar geleden stampte Dirk Vertongen Boysproject uit de grond. Boysproject, een soort opvangcentrum voor jongenshoeren. Daar komen ze op adem, kunnen tv kijken, leren ze dat aids een ziekte is en wat er zoal in de gebruiksaanwijzing van een condoom staat. Maar vooral, het is er warm en ze kunnen praten.
“Het is heel moeilijk om over jongensprostitutie te spreken”, zegt Dirk. “Het is een dubbel taboe: prostitutie en mannenseks. Vrouwenprostitutie is zichtbaar, jongensprostitutie niet. Er lopen ook nauwelijks pooiers rond in het wereldje. Om dezelfde reden dat je bijna nooit een dakloze vrouw ziet: een vrouw wordt beschermd, een man moet zijn plan maar trekken”.

Het is verschrikkelijk moeilijk om de jongens te vinden. In de prostitutie ben je klant, voyeur of flik. Maar dus niet van een organisatie. Dirk had één geluk: hij is hetero maar met een vrouwelijk kantje. Hij ging naar homobars in de Van Schoonhovestraat. Als ze bestaan, dan moeten zij Dirk zien. Dirk werd voor hen een aanvulling op straat. Beetje bij beetje kreeg hij hun vertrouwen. Hij bereikte 178 jongeren, van wie een vierde minderjarig is.

Dé jongensprostitué bestaat niet. Ze hebben allemaal hun redenen, hun achtergrond om in de business te stappen. Wat opvalt, ze hebben zo veel aandacht gemist. Ze zitten samen maar vormen geen groep. Ook functioneren ze niet als groep. Als je met de ene praat, is de andere jaloers.

Prostitutie wordt niet uit het hoofd gepraat. Boysproject wil hun zelfredzaamheid vergroten. Ze moeten zelf keuzes kunnen maken. Prostitutie is slechts een deel van een veel grotere problematiek. De Begische jongens hebben allemaal een problematisch verleden: ze komen uit gebroken gezinnen, instellingen, zijn seksueel mishandels geweest… Ze overleven van een uitkering of het OCMW.
Aan de andere kant heb je een grote groep Joegoslaven. Tijdens of na de oorlog zijn die met hun familie naar hier gekomen. Er heerst heel wat onduidelijkheid over hun situatie: mogen ze blijven of niet? Maar intussen moeten ze natuurlijk wel overleven. Dus sturen ouders hun minderjarige kinderen de straat op met bloemen. Maar die jonge gasten bedelen natuurlijk niet graag. Ze zijn ook jaloers op al die Belgische jongeren met een gsm en mooie kleren. Dus wat doen ze? Ze gooien hun bloemen weg en doen in ruil een klant. Dat verdient veel sneller. Ze komen uit een machocultuur. Homoseksualiteit is voor hen gekoppeld aan geld. Dat er mannen zijn die seks met elkaar hebben uit liefde, zonder dat ze daarvoor betalen, kunnen ze zich zelfs niet voorstellen. Hetzelfde met aids. Daar hebben ze al wel eens van gehoord. Maar, denken ze, het duurt jaren voor je daar iets van merkt. En voor hen telt alleen het nu. Als een klant vraagt om zonder condoom te vrijen, betekent dat meer geld. En zo gaan ze altijd maar verder en verder. Tot ze op den duur dingen doen, die ze niet meer kunnen verantwoorden voor hun eigen cultuur.

Jongensprostitués hebben een dubbelleven. Ze praten met niemand over wat ze doen. Vaak liegen ze over veel dingen, zelfs over hun eigen naam. Het geld dat ze verdienen is vies: het moet direct uitgegeven worden aan drank, drugs, uiterlijkheden… Alsof ze zelf niet willen weten waar ze mee bezig zijn.

Sommige jongens kunnen zich moeilijk redden in de maatschappij; ze kennen niets anders dan het milieu waarin ze vertoeven. Ze zijn heel kwetsbaar. Veel jongensprostitués willen eruit maar zullen dat niet gemakkelijk toegeven. Het probleem is, die andere wereld kennen ze niet. Een drama is dat ze niet eeuwig jong blijven. Een vrouwelijke prostituee kan lang doorgaan; in de jongensprostitutie is dat uitgesloten. Op je dertigste heb je afgedaan. Een enkeling houdt nog even de schijn hoog met maquillage. Daarna proberen ze soms een ander leven te beginnen, een vaste relatie op te bouwen, werk te vinden. Maar wat staat er op hun CV? Niets. Wie kennen ze buiten hun milieu? Bijna niemand. De relatie of de zoektocht naar werk mislukt heel vaak. Na een paar jaar zie je de gasten dan plots weer opduiken in het milieu. Alleen, dan komen ze tot het pijnlijke besef dat ze niet meer hot zijn, dat ze al die jaren koopwaar geweest zijn.

Antwerpen, Statiekwartier, Van Schoonhovestraat
Flikken vertragen aan een homobar, spreken een voorbijganger aan en rijden weer weg. Niemand kijkt op. Mensen blijven wandelen. Jongensprostitutie is geen thema in Antwerpen. “Dat is echt wel het laatste waar ze mee bezig zijn op het stadhuis”.
Een tijd geleden stelde de stad Antwerpen een groot prostitutieplan op. Het woord “jongensprostitutie” komt daar niet in voor. Domweg vergeten? “Zoiets ja” volgens prostitutieambtenaar Joris Wils. “Het is begrijpelijk; het is een relatief kleine scène en ze veroorzaken weinig overlast. Ze zijn actief of op de as stadspark-Centraal Station-Van Schoonhovestraat.
En toch. Het stadspark werd kort geknipt en de politie houdt er controles. Toeval? Of de hete adem van het Vlaams Blok?
Het gebeurt dat jongens zich voordoen als prostitué en hun klanten beroven. Het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook. De bereidheid om dat soort zaken aan te geven is bijzonder klein. De meeste slachtoffers zijn getrouwde mannen.
De controles zijn voor de prostitués lastig. Agenten zijn meestal in burger en vragen de identiteitskaart. Hierdoor blijven klanten makkelijker weg. Het gevolg? Jongensprostitués verplaatsen zich naar de Meir, op Linkeroever, in de gangen van de megabioscoop UGC, in heel de stad eigenlijk.
De jongensprostitutie verdwijnt uit het zicht maar is niet weg.
Minderjarigen worden opgepakt, naar Mol gestuurd en een maand later staan ze daar weer. Hun problemen niet opgelost. Een politiebeleid is natuurlijk nodig, maar goede hulpverlening is dat evenzeer.

Het probleem moet gewoon in de diepte aangepakt worden. Zolang er vraag is, zal er ook aanbod zijn. Jongensprostitutie zal nooit verdwijnen uit Antwerpen. Minderjarigen horen niet in het prostitutiemilieu, laat dat duidelijk zijn, maar voor de anderen is een degelijk gedoogbeleid veel werkbaarder.
Maar de politieke druk is voelbaar. Geen enkele partij wil voor de jongensprostitués in de bres springen. Geen slapende honden wakker maken, dat verhaal.

Antwerpen, Statiekwartier, De Keyserlei
De eerste pendelaars wandelen naar het Centraal Station. Tweehonderd meter verder, in het Stadspark, gaat de struggle for life onverminderd door. Een jongen kijkt schichtig om zich heen, probeert de slaap te vatten. Geen klanten gehad, vannacht. No (blow)job. Hij snuift en kijkt uit naar de ochtend, die nu niet lang meer op zich kan laten wachten.