HISTORIEK DOKA, voorheen BOYSPROJECT
Vanuit het Veiligheids- en Preventiecontract van de Stad Antwerpen ging straathoekwerker Dirk Vertongen (in dienst bij Payoke) in 1995 aan de slag voor opvang van straatjongens. Hij zag veel minderjarige jongens die aan terrassen en in cafés bloemen verkochten, kinderen van vluchtelingen voor de oorlog in Joegoslavië. Later bleek dat deze jongens, om te kunnen overleven, ook aan sekswerk deden. Deze groep bevond zich vooral in de stationsbuurt en in en rond het stadspark. Gezien hun situatie hadden deze jongens nood aan opvang en ontspanning.
In augustus 1997 werd een kleine onthaalwerking voor hen opgericht, de ‘Joegoclub’ zoals die door hen genoemd werd. Ze konden twee avonden per week in de Ketsstraat terecht. Ze konden daar iets eten, iets drinken, zich wassen. Allerlei activiteiten werden georganiseerd, van sport en ontspanning tot koken en samen muziek maken. De jongens kregen ondersteuning bij hun contacten met de politie en werden toegeleid naar onderwijs.
Nadat in de Antwerpse dokken een sporttas met daarin de stoffelijke resten van het Roemeense straatjongetje Puia gevonden werd kreeg het probleem van de straatkinderen meer aandacht van de Stad Antwerpen.
De “Joegoclub” ging op in het Project Antwerpse Straatkinderen (PAS) met als doelgroep “alle straatkinderen” en kreeg drie voltijdse medewerkers. Op haar beurt is het PAS een KIDS-werking geworden die vooral buurtgericht werkt.
In 2001 diende Dirk een voorstel in tot het organiseren van een onthaalruimte specifiek voor jonge sekswerkers. In afwachting van de goedkeuring, startte hij zelf een beperkte onthaalwerking, het Jongensproject. Het Jongensproject ging op in CAW De Terp en kreeg een plaats in het administratief gebouw van het CAW. Dit was het begin van een structurele werking die verantwoording naar de subsidiegever, de Stad Antwerpen, moest afleggen.
De jongens konden er tijdens de onthaalmomenten (‘drop in’) voor ontspanning en met hun vragen terecht. Vanaf oktober 2001 konden ze zich op soa’s en hiv laten testen door dokters van Gh@pro (nu Violett).
Naast de vaste medewerkers trokken twee vrijwilligers de straat op en maakten het aanbod aan de jongens bekend.
In 2002 kreeg het project een officiële goedkeuring, kreeg de naam Boysproject en vestigde zich in de Quellingstraat 56.
Tijdens het straathoekwerk ’s avonds gingen vrijwilligers en medewerkers op pad om contacten met de jongens te leggen en Boysproject voor te stellen. Zij bezochten cafe’s in de Van Schoonhovenstraat en het stadspark waar de jongens hun seksuele diensten aanboden.
De opkomst van het internet had een grote invloed op de manier waarop de jongens werken. De jongens werden niet meer door klanten opgepikt op de hoek van de straat. Medewerkers bezochten chatsites en boden online hulpverlening aan. Deze online hulpverlening werd een samenwerking tussen Pas-Op Gent (nu Violett) en Boysproject.
De ‘drop in’ vond twee avonden per week plaats. Gezien de beperktheid van het gebouw werden er maximum 12 jongens tegelijkertijd toegelaten.
Tijdens de ‘drop in’ was Piet Mercelis, JAC-medewerker, ook aanwezig.
De jongens kregen hulp en ondersteuning, konden zich laten testen, konden surfen op internet, muziek spelen en dansen en er werd samen gekookt.
Opdat de jongens zich op woensdagnamiddag minder op straat zouden bevinden werden activiteiten (pretpark, kamp, heidewandeling, biljarten, bowlen,…) georganiseerd.
Omwille van hun overlevingssituatie waren criminele activiteiten de jongens niet vreemd. Hieraan besteedden de medewerkers veel aandacht en kreeg de werking in 2004 de Belgische Prijs voor Criminaliteitspreventie.
In 2006 verliet Dirk Boysproject. Het team was in een crisis terecht gekomen. Lut Degerickx, beleidsmedewerker van het CAW, behartigde de problematieken (hoe moet het verder, hoe verhoudt Boysproject zich t.o.v. de Stad Antwerpen en binnen het CAW ?) tot er een nieuwe coördinator gevonden werd, Bart Vandenbroucke. Door zijn kennis en zijn strategische manier van ‘naar een organisatie en de ontwikkeling ervan te kijken, ontstond er een gezond vertrouwen naar allerlei diensten, de politiek, de Stad en de Politie. Boysproject werd door hem op de (internationale) kaart gezet. Tijdens die periode waren het de hulpverleners en de vrijwilligers die de problematieken van de gasten behartigden.
De jongens boden meer en meer hun diensten via internet aan. Ze bevonden zich minder op openbare plaatsen en in cafés. De medewerkers breidden hun online hulpverlening uit en waren aanwezig op profiel- en chatsites.
Bart verliet Boysproject in 2009. Yves Dingens, systeempsychotherapeut, volgde hem op tot in 2016 en concentreerde zich vooral op de teamwerking en het persoonlijk welbevinden van de medewerkers. Medewerkers konden deelnemen aan allerlei opleidingen die aangeboden werden.
De krachtlijnen, kernopdrachten en filosofie van Boysproject werden i.s.m. de prostitutie-ambtenaar van de Stad Antwerpen duidelijk gesteld. De rapportering van de resultaten van de werking werden gestructureerd.
In 2010 werden voor het eerst stagiairs aangenomen.
Het internet kreeg een belangrijke plaats bij het aanbieden van sekswerk. Het werd al snel duidelijk dat de gasten nood hadden aan online-informatie. In 2011 ontwikkelde Boysproject www.info4escorts.be.
De ‘drop in’ kwam onder druk te staan, er kwamen nog zeer weinig gasten opdagen.
Door veranderingen in het beleid van de Stad Antwerpen moesten de medewerkers steeds meer op zoek gaan naar de openbare plaatsen en cafés waar de jongens zich bevonden. Medewerkers gingen naar het Schipperskwartier en brachten transpersonen in contact met Boysproject. Al snel behoorde deze groep ook tot de doelgroep van Boysproject. De mannelijke en transgender sekswerkers werden nu ‘gasten’ genoemd.
Boysproject verhuisde eind juni 2011 naar de Appelmansstraat 12, dichtbij het Centraal Station van Antwerpen, zodat er meer bureelruimte en gespreksruimte ter beschikking kwam. Er werd een apart lokaal voor de dokters van Violett ingericht.
Tijdens de periode 2016-2019 waarin Lennie Van Proeyen coördinator was, lag de nadruk, naast hulpverlening en het gezondheidsaspect van de gasten, vooral op de psychologische hulpverlening. De meeste jongens hadden een multiproblematiek waarvoor ze bij Boysproject hulp zochten. De medewerkers werkten op basis van preventie en harmreduction. Activiteiten verschoven naar de achtergrond en er werden babbelcafés tijdens de ‘drop in’ georganiseerd.
De wet op de privacy in 2018 bracht een aantal wijzigingen in de administratieve verwerking van gegevens van de gasten.
Na Lennie werd Jasper Kerremans als coördinator aangesteld. Boysproject kreeg door hem meer professionele uitstraling en er werd veel aandacht aan het beleid besteed. Op administratief vlak werden de manuele dossiers gedigitaliseerd. De contacten met het netwerk werden zowel nationaal (Violett, Het Roze Huis, BNMTP (Belgisch Netwerk Mannelijke en Transgender Prostitutie), Utsopi, Red Lights, Outreach, Prostitutieteam, mutualiteiten, OCMW,…) als internationaal (Nederland) uitgebreid. De stad Antwerpen heeft een gedoogbeleid met strenge regels naar sekswerk toe. Via vergaderingen werkte Boysproject mee aan het integraal prostitutiebeleid. Daarnaast werkte Boysproject mee aan het uitbouwen van de decriminalisering van sekswerk.
Via info-verstrekking, deelname aan Prides, opleidingen en lezingen werd sekswerk en Boysproject in de kijker gezet. De maatschappelijke kijk op mannelijke en transseksuele sekswerkers werd hierdoor beïnvloedt.
De drempel naar Boysproject werd zo laag mogelijk gehouden. Tijdens de Covid-periode (begonnen in januari 2020) was dit niet vanzelfsprekend en Boysproject was genoodzaakt de manier van contactname met de gasten aan te passen. De gasten konden nog enkel op afspraak komen. Outreach kon niet meer doorgaan. De online-werking werd uitgebreid. Na de Covid-periode konden de gasten terug op eender welk moment aanbellen maar er wordt zoveel mogelijk op afspraak gewerkt, de “openingsuren” werden afgebakend, sociaal-culturele activiteiten kregen terug een plaats in de werking, babbelcafés tijdens de ‘drop in’ kregen de volle aandacht, straathoekwerk en online hulpverlening bleven constant onder de aandacht. Daarnaast werd zoveel mogelijk contact onderhouden met gasten die thuiswerk doen en zij die niet ‘live’ met medewerkers in contact zijn. In plaats van alle problematieken van de gasten zelf mee aan te pakken werd ervoor gekozen om de gasten meer door te verwijzen naar andere organisaties.
Sinds 1 januari 2026 is Boysproject gefusioneerd met Violett Antwerpen. Boysproject veranderde haar naam in DOKA.
Gezien de evolutie qua vertalingen op internet werd www.info4escorts.be in de loop van 2026 van het net gehaald. Alle info werd geïntegreerd in www.boysproject.be welke een nieuwe look kreeg.