Select Language :

Bron: ZIZOMAG

Sekswerk mag in België dan legaal zijn, een duidelijke wettelijke omkadering om hun goede werk- en leefomstandigheden te verzekeren, ontbreekt vooralsnog. De Antwerpse organisatie Boysproject probeert hen te ondersteunen door condooms uit te delen en medische controles aan te bieden. ZIZO dook met hen de nacht in.

afbeelding van Stijn De Wandeleer
Stijn De Wandeleer

“Verhoog je zaadproductie”, knippert er op het computerscherm wanneer ik het kantoor van Boysproject binnenwaai. “Heftige en intense orgasmes”, brult een andere advertentie op dezelfde website. Toegegeven: het zijn niet de liefkozende woorden die je op Valentijn wil lezen. “Dit is Bullchat”, knipoogt Nicolas, een van de hulpverleners die zijn schouders onder Boysproject zet.

Die deelwerking van CAW Antwerpen wil het leven van Antwerpse mannelijke en trans sekswerkers draaglijker, maar vooral veiliger maken. In andere tabbladen staat Gay Romeo geopend en op Nicolas’ smartphone herken ik het Grindr-logo.

Voor de duidelijkheid: Nicolas en Jasper, de twee hulpverleners die vanavond op post staan, vertoeven niet voor hun plezier op deze schemerkant van het internet, maar gaan op de websites op zoek naar profielen van sekswerkers die onder weinigzeggende schuilnamen hun lichaam aan de man proberen te brengen.

Op Grindr is het moeilijk om de sekswerkers eruit te halen, omdat prostitutie daar eigenlijk verboden is – Jasper

“Vooral op Grindr is het moeilijk om de sekswerkers eruit te halen, omdat prostitutie daar eigenlijk verboden is”, vertelt Jasper. Op Gay Romeo is er dan weer een heel tabblad waarop alle sekswerkers in één oogopslag terug te vinden zijn. “Al hadden we op Grindr vanavond wel wat succes”, zegt Nicolas. “Een paar mannen lieten al weten dat ze volgende week langskomen om wat glijmiddel te halen, bijvoorbeeld.”

Maar hoe pluk je de sekswerkers nu uit de massa bronstige mannen die vanavond gewoon op zoek zijn naar een warm lichaam om tegenaan te kruipen? “We kijken vooral naar de dollartekens of andere signalen in hun pseudoniem”, zegt Nicolas. “Dat is vaak een goede indicatie voor of ze al dan niet geld trachten te verdienen met de seks.”

Op het laptopscherm van Nicolas zie ik de ene profielnaam met dollartekens na de andere voorbijflitsen, afgewisseld door een weinig flatterende dickpic. “Dat hoort er ook bij”, grinnikt hij.

PrEP en soa’s

De meeste vragen die de medewerkers van Boysproject digitaal toegeworpen krijgen, gaan over het gebruik van PrEP (medicatie die de kans op besmetting met het hiv-virus kleiner maakt, red.) of paniekerige noodkreten van sekswerkers die vrezen dat ze een soa hebben opgelopen. “Of de seks wel veilig was, is een van de grootste bezorgdheden die sekswerkers op tafel gooien. Daarom geven we regelmatig workshops over seksuele gezondheid, soa’s en medicatie zoals PrEP zodat de sekswerkers geïnformeerd zijn. PrEP gaan we trouwens niet actief aanmoedigen, het initiatief laten we altijd bij de sekswerkers zelf liggen”, aldus Jasper.

“We proberen telkens om een langdurig contact op te bouwen en trachten de sekswerkers altijd bij ons op kantoor te krijgen, maar soms blijft het ook bij een online hulpverleningscontact”, springt Nicolas hem bij. “Op kantoor kunnen ze eventueel ook terecht voor een medische controle.

We wandelen we de barre nacht in, met een tas vol condooms, glijmiddel, visitekaartjes en hiv-testen om de schouder

Bij heel wat sekswerkers heerst er toch nog schaamte rond een doktersbezoek, zeker wanneer die niet gebeurt door een arts die volledig op de hoogte is van hun werk of geschiedenis.” Daarom opent Boysproject elke woensdagnamiddag de deuren zodat sekswerkers bij hen kunnen langskomen. “Meestal komen er op zo’n dag gemiddeld vierentwintig personen over de vloer”, zegt Jasper trots.

“Hoi” tikt Nicolas uiteindelijk in de chatbox, om te tonen hoe zo’n gesprek normaal verloopt. De cursor knippert ongeduldig, maar het blijft stil aan de andere kant van het scherm. “Dat is een van de nadelen die de verschuiving van straathoekwerk van het park naar de digitale platformen heeft teweeggebracht”, zegt Nicolas. En het zal vanavond ook niet de laatste keer zijn dat we merken dat sekswerk zich van de straat naar de anonimiteit van het internet heeft verplaatst.

De nacht in

Het werk dat Boysproject verzet, speelt zich niet enkel af achter een computerscherm of gebogen over een smartphone-app. Vier keer per maand gaan de hulpverleners ook zélf de straat op, de nacht in, voor een tocht langs Antwerpse parken en cafés waar sekswerk alomtegenwoordig is. En dat is écht waarvoor ik vanavond naar Antwerpen ben afgezakt, waarvoor ik zelfs mijn lief op Valentijn alleen achterliet met een bord lauwe lasagne.

Op voorhand liet Nicolas me al weten dat ik best zo weinig mogelijk vragen stelde aan de sekswerkers om zeker geen onrust te wekken, dat ik beter gewoon kon observeren. Dus hou ik het notitieblok van mijn smartphone de rest van de avond tussen mijn duim en wijsvinger geklemd.

“Op donderdag is het meestal vrij rustig”, stelt Nicolas mij gerust terwijl hij nog wat koffie in een beker giet. “Zaterdag is vaak de piekdag.” Dan wikkelen we ons in onze winterjassen en wandelen we de barre nacht in, met een tas vol condooms, glijmiddel, visitekaartjes en hiv-testen om de schouder.

Antwerpen is een heel andere stad wanneer het donker is. De knipperende blokletters van het Mediamarktlogo werpen de straat afwisselend in een rode en dan weer in een groene gloed. Aan het station staat een rij taxichauffeurs uit het raam te roken, maar er is niemand die naar hun portier snelt, niemand die op dit uur nog haast heeft.

De drukke winkelstraten waar je anders geregeld een tegenligger tegen de schouder ramt, zijn leeg, op enkele mannen na die in joggingbroek tegen donkere winkelvitrines leunen. In de cafés klinkt gedempte muziek, het rommelige geroezemoes van gesprekken, maar op straat is het stil.

Vaak beginnen we onze gesprekken door over iets luchtigs te praten –  Jasper

Ook in het Antwerpse Stadspark, een plek die ooit bekendstond om het vele cruisen en de hoeveelheid sekswerkers die er bij het vallen van de avond naartoe trokken, is het donker. De lantaarnpalen zijn maar op enkele plekken in het park aangestoken, waardoor hele delen van het park wegbrokkelen zodra de zon ondergaat.

Nicolas en Jasper hebben dit al vaker gedaan en geven toe dat het moeilijker is om op straat iemand aan te spreken van wie ze denken dat hij of zij sekswerk doet. Terwijl je op het internet naar dollartekens kan speuren om te achterhalen of iemand al dan niet met sekswerk brood op de plank krijgt, is dat in het echt een pak moeilijker om te zien.

“Wanneer mensen ’s avonds lang alleen op dezelfde plek blijven rondhangen, kan dat een teken zijn”, vertelt Jasper. “Vaak beginnen we onze gesprekken door over iets luchtigs te praten. Het hoeft niet meteen over sekswerk te gaan, want zo kan je hen ook afschrikken. Soms praten we eerst wat over het weer. Iedereen heeft daar zo zijn eigen strategie voor.”

Mannen die op zoek zijn naar seks, doen dat immers steeds vaker in de veiligheid van het internet

Jasper herinnert zich dat er in 2014 een piek van cruisers en sekswerk was in het Stadspark. “Toen hebben we hier eens een groep van zes Marokkaanse sekswerkers aangesproken.” Sindsdien daalde het aantal sekswerkers dat in het park rondhangt, wachtend op een mogelijke klant. Het park vloeide langzaamaan leeg. “Pas op: op een goede dag lopen we hier nog steeds wat sekswerkers tegen het lijf, maar het is niet meer zoals vroeger.”

Mannen die op zoek zijn naar seks, doen dat immers steeds vaker in de veiligheid van het internet. En hoewel het een positieve evolutie is dat er minder mannen en transgenders ’s avonds alleen op straat rondhangen, waar ze veel vatbaarder zijn voor homo- of transfoob geweld of racistische reacties, heeft het hen ook onzichtbaarder gemaakt.

Die afstand heeft het ook voor Boysproject moeilijker gemaakt om met sekswerkers te praten. “Als je mensen aanspreekt in het park, kunnen ze je moeilijk negeren”, zegt Nicolas. “Maar een online bericht onbeantwoord laten, is natuurlijk geen probleem.”

Ongemakkelijke blikken

In het park komen we, na er wat te hebben rondgedwaald, toch een man tegen. Hij staat te plassen tegen een muurtje. “Zullen we nog een blokje om wandelen?” vraagt Jasper, zijn manier om te zeggen dat we de kat nog even uit de boom kijken. De man is nog niet bekend bij Boysproject. “We moeten ons toch telkens nog even over een drempel heisen om mensen aan te spreken; je wil ook niemand tegen de borst stoten.”

Wanneer we de man wat later nog eens passeren, staat hij naast zijn fiets te dralen. Hij lijkt op iemand te wachten. Ook Nicolas en Jasper zijn niet zeker wat ze met de situatie moeten aanvangen. De man lijkt op zijn beurt wat ongemakkelijk te worden van de blikken die we over onze schouder werpen.

Op weg naar het café wandelen we door de rue de Vaseline, zoals die straat door de jaren heen in de volksmond is gaan klinken

Ik raas als een gek over het toetsenbord van mijn smartphone, maar uiteindelijk verlaten we het park weer, in de hoop dat we in het café waar Jasper en Nicolas me nu naartoe sleuren meer succes hebben.

Niet veel later komen we op straat een man tegen in joggingbroek en een sweater waarvan Nicolas en Jasper wél zeker zijn dat hij geld verdient met sekswerk. Hij krijgt een amicaal klopje op de schouder, zegt dat hij volgende week nog eens langskomt op kantoor. Ik zie hem nog net onder een straatlantaarn doorlopen, terug de nacht in. “Hij is geen risicoprofiel”, zegt Jasper wat later, waarmee hij doelt op mogelijk alcohol- of drugsgebruik, of onveilige seks. “Hij is al jaren stabiel.”

Op weg naar het café wandelen we door de rue de Vaseline, zoals die straat door de jaren heen in de volksmond is gaan klinken. Vroeger was het een steegje waar de ene homobar vlak naast de andere lag, waar je gemakkelijk van de ene neonverlichte club naar de andere kon zwalpen zonder daar de halve stad voor te moeten doorkruisen.

Sinds de komst van het Radisson Blu-hotel, zo gaan de geruchten, sloten de cafés één voor één de deuren. De gevels waarachter ooit gedanst, gekust en jawel, allicht ook betaald werd voor seks, gaan vandaag verscholen achter gebarricadeerde deuren en gebarsten ruiten, houten panelen die met graffiti bespoten zijn.

Wanneer we uiteindelijk bij het café aankomen waarvan Nicolas en Jasper vermoeden dat er ook wel wat sekswerkers aanwezig zullen zijn, horen we Ariana Grande al van buiten ‘Thank U, Next’ zingen. Het is een bijzonder gepast lijflied voor mannen die hun Valentijn op café besluiten door te brengen.

Aan de bar zit een enkeling van zijn bier te nippen. Jasper holt naar buiten en wanneer hij terugkomt, zegt hij dat hij nog even met twee sekswerkers had staan praten. Hij heeft de kaartjes met informatie over Boysproject nog steeds in zijn handen geklemd.

De realiteit is immers dat een organisatie als Boysproject vooral mensen aantrekt die onze hulp echt nódig hebben – Nicolas

Ook in Café Strange, de laatste plek waar we vanavond neerstrijken, komt er na een tijd een sekswerker naast ons aan de toog zitten. Hij draagt een leren vest en heeft een zijden sjaaltje om zijn nek geknoopt. Zijn biertje bestelt hij in het Frans. “Die man woont al bijna twintig jaar zonder papieren in Europa en België en heeft steeds overleefd door, soms sporadisch, sekswerk te doen”, vertelt Nicolas later. Met de ondersteuning van Boysproject heeft hij nu broodnodige hiv-medicatie gekregen en een procedure opgestart om na al die tijd verblijfsdocumenten te krijgen.

“Bij Boysproject zien we eigenlijk maar een paar gasten per jaar die niet uit pure noodzaak in sekswerk zijn gestapt. Zij komen enkel af en toe bij ons langs om condooms te halen of om bij de dokter getest te worden op soa’s. De realiteit is immers dat een organisatie als Boysproject vooral mensen aantrekt die onze hulp echt nódig hebben. Misschien zijn de mensen die niet uit noodzaak aan sekswerk beginnen sterk genoeg op andere vlakken waardoor ze onze hulp minder nodig hebben?”

Ook de man die naast ons was komen zitten, verdwijnt gauw terug de nacht in wanneer hij een oproep van een klant krijgt. Zijn onaangeroerde bierglas blijft op de toog achter.

(Over)leven als sekswerker

Op de avond zelf lukt het niet om uitgebreid met een sekswerker te praten. De nacht is immers de werkdag voor sekswerkers. Maar enkele dagen later kunnen we wel met Nadia spreken, een trans vrouw uit Colombia die al twaalf jaar in Antwerpen geld verdient door haar lichaam te verkopen. Wanneer ze zich in de zetel voor me nestelt, gooit ze haar gsm nonchalant op tafel. Grindr staat open, ze wacht op haar volgende klant.

Nadia volgde op zestienjarige leeftijd de liefde richting Frankrijk, maar toen die relatie stukliep, belandde ze op straat. Er zat niet veel anders op dan haar lichaam te verkopen om weer een leven op te bouwen.

Sekswerk is voor mij een job; ik doe het niet omdat ik het plezierig vind. Het is een manier om niet op straat te belanden – Nadia

“Ik zeg ook altijd dat ik sekswerker ben en géén prostituee”, klinkt het vastberaden. “Dit is voor mij een job; ik doe het niet omdat ik het plezierig vind. Voor een transgender uit een kansarm milieu is het niet altijd gemakkelijk om een job te vinden. Ik heb geen diploma en spreek de taal niet, dat zijn hindernissen die je niet zomaar overwint.

Daardoor is prostitutie vaak het enige werk dat trans personen kunnen doen. Het is een manier om niet op straat te belanden. En natuurlijk hebben alle hormonen die ik doorheen de jaren heb geslikt en de behandelingen die ik liet uitvoeren ook heel wat geld gekost.” Maar hoewel Nadia sekswerk ooit als een tijdelijke oplossing zag, is het stilaan een deel van haar leven geworden. Ze lijkt zelf wat geschrokken wanneer ze vertelt dat ze dit werk ondertussen al veertig jaar doet.

In het begin was er niemand die Nadia leerde hoe het leven als straathoekwerker eraan toeging, niemand die haar bijbracht hoe ze zichzelf en haar gezondheid veilig kon stellen. “Dat was niet gemakkelijk: er zijn veel mensen die racistisch of homo- of transfoob zijn. Zeker als je er zo jong in verzeild geraakt, is het vaak een parcours vol tegenslagen en gevaarlijke situaties. Ik heb in het verleden vaak van me laten profiteren en ik heb veel scheve blikken gekregen.”

Gevaren

Dat sekswerk allerminst een veilige sector is, bleek vorig jaar nog maar eens uit de nieuwsstroom. Toen werd een trans sekswerker in het Parijse Bois De Boulogne aangevallen en ze overleed aan haar verwondingen. Ook in het Nederlandse Arnhem werd vorig jaar een trans sekswerker dood teruggevonden in het appartement van een klant waar ze die avond op visite was.

Sommige mannen betalen voor seks en hebben daardoor het gevoel dat ze álles mogen doen – Nadia

Nadia slaakt een diepe zucht wanneer ze aan die nieuwsitems terugdenkt. “Sommige mannen geraken in hun leven in een negatieve spiraal verwikkeld, hebben hun job of hun zaak verloren of staan op het punt om te scheiden en die frustratie en onmacht mogen sekswerkers dan ontgelden. Ze betalen voor seks en hebben daardoor het gevoel dat ze álles mogen doen.”

Net omdat geweld en verbale agressie zo welig tiert onder trans sekswerkers, werd er een WhatsAppgroep in het leven geroepen waar Nadia ook deel van uitmaakt. “Het is een manier om elkaar te controleren. Als iemand van ons met geweld te maken krijgt, kan iemand anders de politie bellen. Met die groep hebben we echt al levens gered, of houden we de vinger aan de pols bij sekswerkers die met een depressie worstelen. In de groep zitten trans sekswerkers van over heel Europa: Duitsland, Frankrijk, Spanje, België, Nederland en Italië.”

Met wrang gevoel in bed

Je zal maar enkele keren per maand je vrije zaterdagavond opofferen om je aandacht en hulp te verlenen aan enkele van de kwetsbaarste (en minst zichtbare) schakels van de maatschappij.

Ook Jasper geeft toe dat hij soms met een wrang gevoel in bed kruipt wanneer hij thuiskomt na een van zijn nachtelijke wandelingen langs Antwerpse parken en cafés. Initieel lacht hij het wat weg: “Ik ben vooral uitgeput als ik thuiskom”, zegt hij. Maar nadien, plots serieus: “Soms blijft je hoofd wel malen wanneer je tijdens een wandeling iemand bent tegengekomen die duidelijk onder invloed was, die soms zelfs geen zinnen meer kon vormen en onze hulp niet wou aanvaarden. Die situaties laten je niet meteen los, nee.”

Soms blijft je hoofd wel malen wanneer iemand onze hulp niet wou aanvaarden – Jasper

Om ook de sekswerkers die niet tot de trans gemeenschap behoren wat meer eigen slagkracht te geven, wordt er momenteel hard gewerkt aan UTSOPI, een initiatief door en voor sekswerkers. Met die jonge organisatie proberen ze de werk- en leefomstandigheden van alle sekswerkers in België te verbeteren door het thema sekswerk ook op de politieke agenda te gooien. Maar ook het gebrek aan ontmoetingsplekken voor sekswerkers moet in de komende jaren weggewerkt worden.

Ook Nadia zet haar schouders onder dat initiatief. “Het leven als sekswerker kan soms best eenzaam zijn, dus extra ontmoetingsplekken zijn broodnodig.” Dat is ook de reden waarom ze ooit voor het eerst naar Boysproject afzakte. “Wanneer ik andere sekswerkers hoorde praten over de dingen die ze in het holst van de nacht hadden meegemaakt, dacht ik soms: ‘Hé, dat is me ook overkomen, ik ben dan toch niet zo alleen.’ Zulke ervaringen zijn ongelofelijk waardevol.”