Bron: Sociaal.net

Tomas Serrien

Het Boysproject duikt in de onzichtbare wereld van meerderjarige jongens, mannen en transpersonen die werken in de erotische of seksuele dienstverlening. Sociaal werker Jasper geeft ons inkijk in een wereld waar niets evident is, ook de hulpverlening niet.

Boysproject

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Boysproject

De wekelijkse ‘drop in’ van het Antwerpse Boysproject, deelwerking van CAW Antwerpen, is een veilige ontmoetingsplek voor sekswerkers. Iedereen is welkom voor een gesprek, wat ontspanning of een hapje en een drankje. Als ik aansluit, hangt er een feestelijke sfeer. Iemand heeft Albanees gekookt en de kamer is versierd met rode adelaarsvlagjes. De ontvangst is hartelijk met bijhorend knuffelritueel.

‘De wekelijkse drop in is een veilige ontmoetingsplek voor sekswerkers.’

Jasper: “Deze drop in is een echt groepsmoment. Er is veel nood aan verbinding en gemeenschapszin bij onze gasten. Naast mogelijkheden om je te laten testen op soa’s, informatie te verkrijgen over seksualiteit of gebruik te maken van een douche, een wasmachine of het internet, wordt er veel gepraat met elkaar. We koken ook altijd samen. Gasten brengen ook nieuwe sekswerkers mee die wij moeilijker bereiken.”

“Mensen komen en gaan, maar iedereen die binnenkomt krijgt wel een intakegesprek. Er is wel een duidelijke regel: geen foto’s. Mensen moeten hier zichzelf kunnen zijn, weg van de drukte van de complexe stad met al haar problemen.” Jasper vertelt dat er vandaag iemand langskwam die hij al negen jaar niet meer had gezien. “Hij kwam vertellen hoe het ondertussen met hem gaat. Dat toont hoe belangrijk het Boysproject is geweest voor die gasten”.

Harm reduction

Boysproject is een klein team dat focust op schadebeperking bij mannen en transpersonen die geld verdienen met seks of kans lopen om sekswerk te gaan doen. De werking wordt gefinancierd door de Stad Antwerpen.

De roots liggen in het straathoekwerk van eind jaren ‘90. In Antwerpen was sekswerk op straat toen een urgent probleem met gewelddadige incidenten. Een straathoekwerker begon op eigen initiatief te werken met een aantal Roma-jongeren uit voormalig Joegoslavië die sekswerker waren.

Jasper: “Ons doel is niet om te moraliseren of mensen uit het sekswerk te halen. We hanteren de filosofie van harm reduction. Onze werking kenmerkte zich in het begin sterk door een gevoelsmatig professioneel handelen, zonder beleidskader, vastgelegde methodiek of strakke organisatiestructuur. Het was een experiment dat organisch gegroeid is met als doel een vertrouwensband op te bouwen met de gasten. Ondertussen is onze werking meer gestructureerd, maar de filosofie van toen leeft nog sterk.”

De straat binnenbrengen

Boysproject richt zich uitsluitend op meerderjarigen. Jasper: “Vanuit ons mandaat gaan we ervan uit dat sekswerk geen probleem hoeft te zijn. Bij minderjarigen ligt dat anders, dat moeten we melden aan het parket.”

“Maar deze groep komt niet bij ons aankloppen voor hulp. In de praktijk zien we ze amper, al staan we regelmatig jeugdhulpverleners bij als er bezorgdheden zijn. Het is wel problematisch dat er geen organisatie is die zich specifiek preventief kan richten op minderjarige mannelijke sekswerkers.”

‘De groep sekswerkers die wij zien, is zeer divers. Zowel qua achtergrond, gender als motivatie om aan sekswerk te doen.’

“De groep sekswerkers die wij zien, is zeer divers. Zowel qua achtergrond, gender als motivatie om aan sekswerk te doen. Ze hebben soms geen verblijfspapieren, geen stabiel inkomen en spreken de taal niet. Dat is een combinatie die vaak leidt tot onderbescherming.

We richten ons op mannen en transpersonen omdat ze aparte noden, dynamieken en taboes hebben. Hier kunnen ze open praten over hun werk, wat ze vaak minder goed kunnen met familie, vrienden of hun partner. We gaan vanuit een open, nieuwsgierige en niet-oordelende houding in dialoog. Zo bouwen we een vertrouwensband op en brengen we de straat wat binnen bij ons.”

sekswerkers

Medewerkers van het Boysproject gaan vaak op ‘outreach’. Ze gaan naar de gekende vindplaatsen in bossen en parken, waar mensen op zoek gaan naar vluchtige seksuele contacten in de buitenlucht.

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Veilige spreekruimte

Elke maand zijn er babbelcafés over relevante thema’s, vaak aan de hand van stellingen of anekdotes, zegt Jasper.

“We creëren zo een veilige spreekruimte over moeilijke onderwerpen zoals gewelddadig gedrag van klanten tijdens het werk. Sekswerkers zijn expert in hun eigen werkveld. Wij bieden de plek om die expertise met elkaar te delen. Zo hebben ze zelf efficiënte strategieën en oplossingen ontwikkeld die preventief kunnen werken bij geweld en vaak een veel directer resultaat hebben dan wat politie of wij kunnen doen.”

‘We hebben de gasten laten stemmen welke condooms de beste zijn, zo vergroten we de kans dat ze het effectief gebruiken.’

“Uiteraard hebben we ook zelf iets te zeggen in die gesprekken. Bijvoorbeeld over ‘stealthing’, een praktijk waarbij klanten hun condoom ongemerkt uitdoen tijdens de seks. Dat is juridisch gezien een vorm van verkrachting, maar veel sekswerkers weten dat niet.”

Vandaag gaat het in het babbelcafé over preventie van gonorroe en syfilis, twee soa’s die opnieuw sterk in opmars zijn. Jasper: “De angst voor Hiv is wat gaan liggen door middelen als PEP en PrEP. Daardoor worden condooms wel eens achterwege gelaten.”

“Er bestaan ook veel misverstanden. Zo denken sommigen nog steeds dat meerdere condooms gebruiken beter is dan één. Het is onze taak om de basiskennis van seksualiteit bij te schaven, maar we moeten ook zien dat we condooms en bijhorend glijmiddel aanbieden. We hebben de gasten laten stemmen welke condooms de beste zijn, zo vergroten we de kans dat ze die effectief gebruiken.”

Cruisingplekken

De laatste gasten verlaten de drop in. We maken ons klaar om mee naar buiten te gaan. Medewerkers van het Boysproject gaan vaak op ‘outreach’, met een rugzak vol condooms. Ze gaan naar de gekende vindplaatsen in bossen en parken, waar mensen op zoek gaan naar vluchtige seksuele contacten in de buitenlucht.

‘Wij richten onze energie op kwetsbare sekswerkers. Ze zijn gevoelig voor misbruik en hebben meest baat bij seksuele voorlichting.’

‘Cruising’ komt voor in alle lagen van de samenleving, maar op bepaalde plekken trekt het groepen aan die leven op het kwetsbaar kruispunt van armoede, onzekere socio-economische achtergrond en migratie. Het trekt ook mannen aan die niet per se aan sekswerk willen doen, maar wel de kans lopen om erin terecht te komen.

Jasper: “Er zijn veel vormen van sekswerk met grote verschillen in inkomen. Je hebt de klassieke raamprostitutie, thuisontvangst, escorteservice, in cafés, op OnlyFans, sekswerk op het brede internet… Wij kiezen ervoor om onze energie vooral te richten op sekswerkers die in de meest kwetsbare omgeving functioneren. Ze zijn gevoelig voor misbruik en hebben meest baat bij seksuele voorlichting.”

Druk

We komen rond acht uur aan bij een populaire cruisingplaats. Jasper merkt op dat het vrij druk is. Nog bij daglicht verdwijnen er hier en daar gasten in de bosjes, wat meestal pas gebeurt als het echt donker is.

‘We gaan nooit zelf de bossen in. Ons doel is niet om te komen uitleggen hoe het moet. Moraliseren werkt niet.’

“Ik voel me nooit onveilig, mensen respecteren ons omdat we openheid aanbieden”, zegt Jasper. “De beste garantie op veiligheid is vertrouwen. Toch gaan we voor de zekerheid altijd met twee op stap. Bijkomend voordeel is dat onze rol als hulpverlener daardoor duidelijker wordt.”

“Cruisen doe je meestal alleen, je loopt wat rond, zoekt paar keer oogcontact met anderen en je verdwijnt daarna even in de bosjes. Als hulpverlener proberen we aanwezig te zijn, open te staan voor eventuele vragen, maar ik dring me nooit op. Ook blijven we altijd op de paden. We gaan nooit zelf de bossen in. Ons doel is niet om te komen uitleggen hoe het moet. Moraliseren werkt niet.”

Boysproject

”Veel gasten die hier seks hebben met andere mannen zijn niet per se homoseksueel of doen actief aan sekswerk. Ze proberen een menswaardig bestaan uit te bouwen, soms heel ver van huis.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Geen waarheid of moraal

We wandelen een paar keer rond en tegen valavond is er meer zichtbare activiteit. Er fietst een man rond die actief aan het cruisen is en we delen succesvol een heleboel condooms uit aan een paar mannen. We geraken aan de praat met een gast die veel vragen heeft over seksuele gezondheid, homoseksualiteit en de worsteling met zijn cultuur.

‘Snelle seks opzoeken kan ook een vorm van escapisme zijn.’

“Ik probeer vooral te luisteren”, zegt Jasper na het gesprek. “Sommige gasten vertellen onsamenhangende verhalen, maar waarheidsvinding is niet ons doel. We proberen er gewoon te zijn, juiste info te geven en hulp te bieden waar kan.”

“Veel gasten die hier seks hebben met andere mannen zijn niet per se homoseksueel of doen actief aan sekswerk. Ze proberen een menswaardig bestaan uit te bouwen, soms heel ver van huis. Snelle seks opzoeken kan ook een vorm van escapisme zijn. Ook voor die mensen moeten wij er proberen te zijn.”

Nomaden

Jasper verduidelijkt ons dat evolutie en flexibiliteit sleutelwoorden zijn in de werking van Boysproject. Niets blijft hetzelfde in seksuele dienstverlening. Bepaalde maatschappelijke veranderingen, zoals de COVID-crisis hebben een heel grote impact.

 

 

Jasper: “Veel sekswerkers hebben een nomadenbestaan. Ze reizen rond, ze huren een appartement voor een paar weken, ze werken een tijdje en gaan dan naar de volgende stad. Tijdens de coronacrisis viel dat systeem helemaal stil en werd hun situatie plots heel precair. Daarop moeten wij heel flexibel kunnen inspelen.”

“Vandaag ben ik erg bezorgd over een groep Afghaanse jongemannen. Ze lopen op straat, doen aan sekswerk maar we zien ze niet op de drop in. Het is een onzichtbare maar kwetsbare groep die vaak geen verblijfspapieren heeft. Alleen hebben we nu de middelen niet om met hen aan de slag te gaan.”

Sekswerk en nuance

We verlaten de cruisingplaats en gaan dieper de stad in naar cafés en straten die gevoelig zijn voor sekswerk. Het valt op dat er op deze plaatsen ook zichtbaar harddrugsgebruik is. Een man roept naar ons en oogt agressief. Voor een groot deel van de publieke opinie is er een link tussen sekswerk, drugsmisbruik en criminaliteit.

‘Chemsex is aan een sterke opmars bezig.’

Jasper nuanceert: “Mensen associëren sekswerk met beelden uit films en tv-programma’s. Dat leidt tot vooroordelen aan twee uitersten. Aan de ene kant zien we sekswerkers als slachtoffers en koppelen we sekswerk aan pooiers, drugs en criminele mensenhandel. Aan het andere uiterste gaan we uit van emancipatie: de ‘happy hooker’ die zichzelf promoot op websites, iemand die heel sterk en zelfbewust is en veel geld verdient.”

“Beide ideeën over sekswerk zijn te simplistisch. Ik hoed mij enorm voor algemene uitspraken. Er is veel nuance. Niemand vertegenwoordigt een hele groep aan sekswerkers.”

Verbetering

Jasper vindt dat de context van sekswerk in de maatschappij is verbeterd. Er is decriminalisering, er is gewerkt aan een arbeidskader en sekswerk is minder een taboe. Er zijn ook best veel mensen die door sekswerk hun maatschappelijke positie hebben verbeterd.

 

 

“Toch moeten we beseffen dat sekswerk vaak plaatsvindt in grijze zones. Zo is chemsex aan een sterke opmars bezig. Dat is een fenomeen waar mannen in groep seks hebben en tegelijkertijd gebruik maken van roesmiddelen zoals GHB, Mefedron of crystal meth. Daar komen wel wat risico’s bij kijken zoals het moeilijk aangeven van grenzen.”

“Als we hier rond werken in een babbelcafé nodigen we wel eens iemand uit van Free Clinic om met stellingen te kijken of onze sekswerkers een realistisch beeld hebben over dit soort middelengebruik.”

Ruimte voor experiment

In een café praten we na over Jaspers passie voor dit type van hulpverlening, dat volgens hem steeds schaarser wordt.

‘Goed sociaal werk ontstaat vaak traag en in de luwte.’

“Boysproject wil erkenning geven aan sekswerkers, wil nabij zijn en vertrouwde relaties aangaan om zo schade te beperken en het algemeen welzijn van de gasten te verstevigen. Wij kunnen dit vandaag doen omdat die ene straathoekwerker meer dan twintig jaar geleden de ruimte kreeg om te experimenteren.”

“Dat experiment is nog altijd essentieel voor onze werking. Zo waren we voorloper toen we via verdoken chatruimtes online contact probeerden te maken. Vandaar mijn oproep: geef aan sociale professionals die dicht bij hun doelgroep staan de kans om maximaal te experimenteren. Er worden vaak strakke beleidskaders uitgedacht waarin sociale professionals moeten werken, maar dat laat weinig ruimte voor eigen inbreng. Het vergroot alleen maar de administratie en de bureaucratie.”

“Zonder ruimte om te experimenteren, had Boysproject nooit bestaan en hadden we deze kwetsbare mannen nooit kunnen bereiken. Goed sociaal werk ontstaat vaak traag en in de luwte. Je moet sociaal werkers autonomie geven zodat ze kunnen beslissen wat ze doen. Dit maakt de job boeiend en leidt tot betere resultaten.”